Reglement Oldtimer Ploegen Ploegvereniging Nederland, uitgave 2007

PDF klik op PDF voor een afdrukbaar document.

Wedstrijdreglement voor rondgaand ploegen (categorie 1 en 2)

1 Trekker
Het type en de uitvoering van de trekker moet vóór 1970 in productie zijn geweest. De bewijslast hiervan ligt bij de deelnemer. Originele (wiel-) gewichten zijn toegestaan. Dubbellucht, hydraulische topstangen en andere hydraulische stelmogelijkheden zijn niet toegestaan. Het aanbrengen van een vizier en andere niet originele hulpmiddelen op de trekker is niet toegestaan.

2 Ploeg
Het type en de uitvoering van de ploeg moet vóór 1970 in productie zijn geweest en de vorm van de risters moet overeenkomen met die waarmee de ploeg destijds werd uitgeleverd. De bewijslast hiervan ligt bij de deelnemer. Ploegen zijn uitgerust met voorscharen, kouters, scharen en risters die altijd in normale positie worden gebruikt. Alleen tijdens het ploegen van de beginvoor, de aanstorting en de eindvoor hoeven de voorscharen niet te worden gebruikt. Bij het ploegen van de eindvoor mag een voor dat doel aangepast kouter worden gebruikt, op voorwaarde dat de diameter niet groter is dan van de originele kouters. Andere onderdelen van de ploeg mogen gedurende de wedstrijd niet worden aan- of afgebouwd. Verstelbare ristersteunen, ééndelige strijkplaten en gewichten zijn toegestaan, mits ten tijde van de productie als zodanig bij de betreffende ploeg leverbaar. Losse risterverbreders en niet genoemde hulpmiddelen, die de geploegde sneden kunnen beïnvloeden, zijn niet toegestaan. Zowel voor de trekker als de ploeg geldt, dat de hele wedstrijd moet worden geploegd met het materiaal waarmee men zich heeft aangemeld.

3 Deelnemers
De deelnemers moeten 18 jaar of ouder zijn. Deelnemers van 16 en 17 jaar kunnen worden toegelaten als zij in het bezit zijn van een geldig trekkerrijbewijs. De deelnemers moeten lid of gezinslid zijn van de OTMV, HMT of KLW en op verzoek een geldig WA-verzekeringsbewijs kunnen tonen. De deelnemers moeten tenminste 10 minuten voor het tijdstip waarop de wedstrijd zal beginnen, met hun materiaal klaar staan voor het door hen te ploegen veldje.

4 Terreinen en toegestane tijd
Er zal een perceel .... (aard van de ploegen bouwvoor, bijvoorbeeld tarwestoppel) op wintervoor moeten worden geploegd, in de tijd van 4 uur. Hierbij is 20 minuten voor de openingsvoor en 3 uur en 40 minuten voor het overige ploegen beschikbaar. De te ploegen percelen bestaan uit ....... (aanduiding grondsoort).

5 Ploegdiepte
De voorgeschreven ploegdiepte bedraagt .... cm. Deze diepte moet na twee omgangen zijn bereikt. De ploegdiepte wordt tweemaal door de jury gecontroleerd. De eerste keer nadat er minimaal twee omgangen van de aanstorting zijn gemaakt en de tweede keer nadat er minimaal twee omgangen zijn geploegd zijn na het aansluiten met het veldje van de buurman. De diepte wordt minimaal 10 meter vanaf de kopakker gemeten. Als wordt geconstateerd dat de ploegdiepte meer dan 2 cm afwijkt van de voorgeschreven waarde, wordt een waarschuwing gegeven (zonder getallen te noemen). Als na een waarschuwing de ploegdiepte nog steeds meer dan 2 cm afwijkt van de voorgeschreven waarde, worden strafpunten gegeven.

6 Begin en einde van de wedstrijd
Het begin en het einde van de wedstrijd wordt op duidelijke wijze aangegeven, bijvoorbeeld door het hijsen en strijken van een vlag. Wanneer een deelnemer buiten zijn schuld in tijdnood raakt, bijvoorbeeld door het wachten op zijn buurman, of tengevolge van het in ongerede raken van de trekker of ploeg, zal hij zich voor verlenging van zijn ploegtijd tot de wedstrijdcommissie moeten wenden. Tijdens de wedstrijd mogen de deelnemers het wedstrijdveld niet verlaten. Bij het beoordelen van de beginvoor blijven de trekker en ploeg voor het betreffende wedstrijdploegveld opgesteld.

7 Uitzetten
De plaats van de beginvoor (de opening) van elk veldje wordt aangegeven door een bordje met het nummer van de deelnemer. De nummers worden bij loting toegewezen. Het veldje mag niet door de deelnemer of helper worden voorbewerkt zoals het egaliseren en stro vrij maken. Om de richting van de beginvoor te kunnen bepalen, mogen een kwartier voor de aanvang van de wedstrijd, ten hoogste drie richtpalen worden geplaatst. De deelnemer mag hierbij worden geassisteerd door een helper, die de richtpalen ook weer mag weghalen bij het ploegen van de beginvoor. Bij het wegnemen van de richtpalen moet de helper zich steeds vóór de trekker bevinden. Als de richtpalen zijn gezet, worden de nummerbordjes weggenomen. De nummerbordjes worden door de deelnemer weer op dezelfde plaats teruggezet nadat twee omgangen zijn geploegd.

8 Beginvoor
Dit moet een zogenaamde dubbele opening zijn, waarbij de grond naar weerszijden wordt uitgeploegd en wel zodanig dat er geen ongeploegde stukjes vast blijven zitten. De beginvoor kan worden uitgevoerd als geheel schone opening, als een opening die een reep losgesneden grond bevat (bij 2 scharen), of als een opening die al voor de helft is aangestort (bij meer dan 2 scharen). De uitgeploegde grond mag niet door trekkerbanden en/of ploegwielen of –banden worden aangedrukt. Na het ploegen van de beginvoor moeten de deelnemers wachten tot het tweede startsein is gegeven.

9 Aanstorting
Nadat het tweede startsein is gegeven wordt de aanstorting geploegd. Hierbij wordt de beginvoor dicht geploegd en wel zodanig dat alle vegetatie is ondergeploegd en dat de sneden even hoog komen te liggen als van het overige ploegwerk. Na het ploegen van de aanstorting worden nog drie omgangen rechtsom geploegd.

10 Aansluiten met veldje buurman
Na de aanstorting plus drie omgangen rechtsom, moet een aansluiting worden gemaakt met het veldje van de buurman met een hoger nummer. Deelnemers die geen buurman met een hoger nummer hebben, maken zelf een merkvoor. De eerste twee werkgangen van de aansluiting met het veldje van de buurman worden niet in de beoordeling meegenomen. Loos rijden naar de andere kopakker is toegestaan, maar hierbij mag niet over de wedstrijdveldjes worden gereden.

11 Eindvoor
De grond van de laatste snede (waarmee dus de eindvoor wordt gemaakt) moet naar die zijde van het geploegde perceel worden gekeerd, waar de aanstorting ligt. De diepte mag niet groter zijn dan de voorgeschreven ploegdiepte. De laatste en de voorlaatste snede moet bij het overige ploegwerk aansluiten en moeten over de gehele lengte een gelijkblijvend en regelmatig beeld vertonen. Na het maken van de eindvoor mag slechts één trekker- en één ploegwielspoor zichtbaar blijven.

12 Inzetten en uitlichten
De ploeg moet worden ingezet met de voorste schaar op de merkvoor en worden uitgelicht als de achterste schaar de merkvoor heeft bereikt en wel zodanig dat het geploegde perceel zo regelmatig mogelijk begrensd wordt. Bij het inzetten moet de ploeg zo spoedig mogelijk op de voorgeschreven diepte zijn.

13 Toegestane hulp
De deelnemer mag tijdens de wedstrijd op geen enkele wijze worden geholpen, behalve bij het uitzetten en wegnemen van de richtpaaltjes. Tijdens de wedstrijd mogen zich geen andere personen op de veldjes bevinden dan de deelnemers en de leden van de jury, de wedstrijdcommissie en zij die van de wedstrijdcommissie speciale toestemming hebben gekregen.

14 Wedstrijdcommissie
De leden van de wedstrijdcommissie moeten voor de deelnemers goed kenbaar zijn, bijvoorbeeld door een brede witte armband of een hesje. Zij houden tijdens het ploegen toezicht op het naleven van het wedstrijdreglement. Wanneer een deelnemer moeilijkheden heeft of hulp verlangt mag hij zich alleen tot deze commissie wenden. De deelnemers zijn verplicht de aanwijzingen van de wedstrijdcommissie op te volgen.

15 Overtredingen
Een deelnemer die hulp ontvangt, anders dan in dit reglement is toegestaan, of op een andere wijze de voorschriften overtreedt, zoals bijvoorbeeld door het aanraken van de geploegde sneden, zal bij de eerste keer een waarschuwing ontvangen, hetgeen automatisch 5 strafpunten oplevert. Bij een tweede overtreding wordt hij of zij gediskwalificeerd. De jury, of tenminste 2 leden daarvan, beoordeelt of voor een overtreding, gemeld door de wedstrijdcommissie, of door zichzelf geconstateerd, strafpunten moeten worden gegeven. Het niet opvolgen van instructies van de wedstrijdcommissie kan diskwalificatie tot gevolg hebben.

16 Beoordeling

De jury geeft cijfers voor de volgende onderdelen: maximum aantal punten

1. Beginvoor 10
De beginvoor moet recht en schoon zijn en er mogen geen ongeploegde stukjes in voorkomen. De naar weerszijden uitgeploegde sneden moeten van voor tot achter een uniform beeld vertonen en mogen niet door een trekkerband en/of een ploegwiel of -band zijn aangedrukt

2. Aanstorting 10
De aanstorting moet recht en goed gesloten zijn, zodat eventuele begroeiing goed is ondergedekt. Hij moet van voor tot achter hetzelfde beeld vertonen en even hoog en breed liggen dan de rest van het geploegde perceel. Dit laatste is pas na meerdere omgangen goed te beoordelen.

3. Voren 10
Deze moeten recht en schoon zijn met een gelijkmatige verticaal afgesneden landzijde en een zuiver horizontale bodem.

4. Geploegde sneden 10
De geploegde sneden moeten ten opzichte van elkaar even hoog en even breed en voldoende gekeerd zijn (niet op hun kant staan).

5. Geploegde sneden 10
Verder moeten de geploegde sneden goed tegen elkaar aansluiten (dus zonder grote gaten tussen de sneden onderling), niet tè sterk verkruimeld zijn en over de lengte van het perceel goed te zien zijn (voldoende geaccentueerd).

6. Dekking van groen en stoppel 10
Alle groen, stoppels en dergelijke moet goed zijn ondergeploegd.

7. Afwerking van de eindvoor 10
De eindvoor moet recht en schoon zijn, niet dieper dan de voorgeschreven ploegdiepte en niet breder dan 1 schaarbreedte.

8. Aansluiting van de eindvoor 10
De laatste en de voorlaatste snede moeten goed bij het overige ploegwerk aansluiten en moeten over de gehele lengte een uniform beeld vertonen. Er mag na het ploegen van de eindvoor niet meer dan één trekker- en één ploegwielspoor zichtbaar zijn. Deze moet(en) evenwijdig aan de geploegde sneden liggen en niet te diep zijn.

9. Inzetten en uitlichten 10
De ploeg moet worden ingezet met de voorste schaar op de merkvoor en worden uitgelicht als de achterste schaar de merkvoor heeft bereikt en wel zodanig dat het geploegde perceel zo regelmatig mogelijk begrensd wordt. Bij het inzetten moet de ploeg zo spoedig mogelijk op de voorgeschreven diepte zijn.

10. Algemene indruk 10
Hierbij wordt de totale indruk van het gehele ploegwerk beoordeeld. Dit hoeft dus niet het gemiddelde van de afzonderlijke onderdelen te zijn. totaal maximum aantal punten Strafpunten (worden in mindering gebracht op het totaal aantal punten van de gezamenlijke juryleden): - meer dan één trekker- en/of één ploegwielspoor 5 punten - laatste snede verkeerde richting 10 punten - te diep of ondiep per cm )1 2 punten - aanraken geploegde sneden 5 punten - overschrijden tijdslimiet per min. )2 2 punten )1 hierbij geldt een marge van + of - 2 cm. )2 als de tijdslimiet is verstreken mag de werkgang waar men aan was begonnen worden afgemaakt, zonder dat daar strafpunten voor worden gegeven.

Wedstrijdreglement voor heen- en weergaande ploegen (categorie 3)

1 Trekker
Het type en de uitvoering van de trekker moet vóór 1970 in productie zijn geweest. De bewijslast hiervan ligt bij de deelnemer. Originele (wiel-) gewichten zijn toegestaan. Dubbellucht, hydraulische topstangen en andere hydraulische stelmogelijkheden zijn niet toegestaan. Het aanbrengen van een vizier en andere niet originele hulpmiddelen op de trekker is niet toegestaan.

2 Ploeg
Het type en de uitvoering van de ploeg moet vóór 1970 in productie zijn geweest en de vorm van de risters moet overeenkomen met die waarmee de ploeg destijds werd uitgeleverd. De bewijslast hiervan ligt bij de deelnemer. Ploegen zijn uitgerust met voorscharen, kouters, scharen en risters die altijd in normale positie worden gebruikt. Alleen tijdens het ploegen van de beginvoor, de aanstorting en de eindvoor hoeven de voorscharen niet te worden gebruikt. Andere onderdelen van de ploeg mogen gedurende de wedstrijd niet worden aan- of afgebouwd. Verstelbare ristersteunen, ééndelige strijkplaten en gewichten zijn toegestaan, mits ten tijde van de productie als zodanig bij de betreffende ploeg leverbaar. Losse risterverbreders en niet genoemde hulpmiddelen, die de geploegde sneden kunnen beïnvloeden, zijn niet toegestaan. Zowel voor de trekker als de ploeg geldt, dat de hele wedstrijd moet worden geploegd met het materiaal waarmee men zich heeft aangemeld.

3 Deelnemers
De deelnemers moeten 18 jaar of ouder zijn. Deelnemers van 16 en 17 jaar kunnen worden toegelaten als zij in het bezit zijn van een geldig trekkerrijbewijs. De deelnemers moeten lid of gezinslid zijn van de OTMV, HMT of KLW en op verzoek een geldig WA-verzekeringsbewijs kunnen tonen. De deelnemers moeten tenminste 10 minuten voor het tijdstip waarop de wedstrijd zal beginnen, met hun materiaal klaar staan voor het door hen te ploegen veldje.

4 Terreinen en toegestane tijd
Er zal een perceel .... (aard van de ploegen bouwvoor, bijvoorbeeld tarwestoppel) op wintervoor moeten worden geploegd, in de tijd van 4 uur. Hierbij is 20 minuten voor de openingsvoor en 3 uur en 40 minuten voor het overige ploegen beschikbaar. De te ploegen percelen bestaan uit ....... (aanduiding grondsoort).

5 Ploegdiepte
De voorgeschreven ploegdiepte bedraagt .... cm. Deze diepte moet na twee omgangen zijn bereikt. De ploegdiepte wordt tweemaal door de jury gecontroleerd. De eerste keer nadat er minimaal twee omgangen van de aanstorting zijn gemaakt en de tweede keer nadat er minimaal twee omgangen zijn geploegd op de derde wendakker. De diepte wordt minimaal 10 meter vanaf de kopakker gemeten. Als wordt geconstateerd dat de ploegdiepte meer dan 2 cm afwijkt van de voorgeschreven waarde, wordt een waarschuwing gegeven (zonder getallen te noemen). Als na een waarschuwing de ploegdiepte nog steeds meer dan 2 cm afwijkt van de voorgeschreven waarde, worden strafpunten gegeven..

6 Begin en einde van de wedstrijd
Het begin en het einde van de wedstrijd wordt op duidelijke wijze aangegeven, bijvoorbeeld door het hijsen en strijken van een vlag. Wanneer een deelnemer buiten zijn schuld in tijdnood raakt, bijvoorbeeld door het wachten op zijn buurman, of tengevolge van het in ongerede raken van de trekker of ploeg, zal hij zich voor verlenging van zijn ploegtijd tot de wedstrijdcommissie moeten wenden. Tijdens de wedstrijd mogen de deelnemers het wedstrijdveld niet verlaten. Bij het beoordelen van de beginvoor blijven de trekker en ploeg voor het betreffende wedstrijd ploegveld opgesteld.

7 Uitzetten
De plaats van de beginvoor (de opening) van elk veldje wordt aangegeven door een bordje met het nummer van de deelnemer. De nummers bij loting toegewezen. Het veldje mag niet door de deelnemer of helper worden voorbewerkt zoals het egaliseren en stro vrij maken. Om de richting van de beginvoor te kunnen bepalen, mogen een kwartier voor de aanvang van de wedstrijd, ten hoogste drie richtpalen geplaatst. De deelnemer mag hierbij worden geassisteerd door een helper, die de richtpalen ook weer mag weghalen bij het ploegen van de beginvoor. Bij het wegnemen van de richtpalen moet de helper zich steeds vóór de trekker bevinden Als de richtpalen zijn gezet, worden de nummerbordjes weggenomen. De nummerbordjes worden door de deelnemer weer op dezelfde plaats teruggezet nadat twee omgangen zijn geploegd.

8 Beginvoor
Dit moet een enkele opening zijn, waarbij de grond naar het eigen wedstrijdveldje wordt uitgeploegd. Na het ploegen van de beginvoor moeten de deelnemers wachten met het ploegen van de aanstorting tot het tweede startsein is gegeven.

9 Aanstorting
Nadat het tweede startsein is gegeven wordt de aanstorting geploegd. Deze moet zo worden uitgevoerd dat de ploegsnede de gehele opening vult, maar deze mag niet op het ongeploegde land komen. Alle grond moet worden losgesneden en de eerste snede moet even hoog komen te liggen als de rest van het ploegwerk.

10 Geer
Als bij het afploegen van de geer de ploeg uit de grond is en de wielen van de trekker in de voor, mag maximaal 1 keer de lengte van trekker plus ploeg voor- of achteruit gereden worden. De eerste werkgang langs geer moet over de gehele lengte vanaf de kopakker te zien en recht zijn, zo weinig mogelijk oneffenheden vertonen en de vegetatie moet overal goed zijn ondergebracht.

11 Afwerking derde wendakker en eindvoor
Op de derde wendakker moeten 16 voren worden geploegd. De eindvoor moet recht, vlak en schoon zijn en op exact 1,50 meter van de beginvoor van de buurman met het hogere nummer komen te liggen. Deelnemers die geen buurman met een hoger nummer hebben, maken zelf op de aangegeven plaats een aansluitvoor. Deze moet vóór het tweede startsignaal geploegd worden.

12 Inzetten en uitlichten
De ploeg moet worden ingezet met de voorste schaar op de merkvoor en worden uitgelicht als de achterste schaar de merkvoor heeft bereikt en wel zodanig dat het geploegde perceel zo regelmatig mogelijk begrensd wordt. Bij het inzetten moet de ploeg zo spoedig mogelijk op de voor geschreven diepte zijn.

13 Toegestane hulp
De deelnemer mag tijdens de wedstrijd op geen enkele wijze worden geholpen, behalve bij het uitzetten en wegnemen van de richtpaaltjes. Tijdens de wedstrijd mogen zich geen andere personen op de veldjes bevinden dan de deelnemers en de leden van de jury, de wedstrijdcommissie en zij die van de wedstrijdcommissie speciale toestemming hebben gekregen.

14 Wedstrijdcommissie
De leden van de wedstrijdcommissie moeten voor de deelnemers goed kenbaar zijn, bijvoorbeeld door een brede witte armband of een hesje. Zij houden tijdens het ploegen toezicht op het naleven van het wedstrijd reglement. Wanneer een deelnemer moeilijkheden heeft of hulp verlangt mag hij zich alleen tot deze commissie wenden. De deelnemers zijn verplicht de aanwijzingen van de wedstrijdcommissie op te volgen.

15 Overtredingen
Een deelnemer die hulp ontvangt, anders dan in dit reglement is toegestaan, of op een andere wijze de voorschriften overtreedt, zoals bijvoorbeeld door het aanraken van de geploegde sneden, zal bij de eerste keer een waarschuwing ontvangen, hetgeen automatisch 5 strafpunten oplevert. Bij een tweede overtreding wordt hij of zij gediskwalificeerd. De jury, of tenminste 2 leden daarvan, beoordeelt of voor een overtreding, gemeld door de terreincommissie, of door zichzelf geconstateerd, strafpunten moeten worden gegeven Het niet opvolgen van instructies van de wedstrijdcommissie kan diskwalificatie tot gevolg hebben.

16 Beoordeling
De jury geeft cijfers voor de volgende onderdelen: maximum aantal punten

1. Beginvoor 10
De voor moet recht, vlak en schoon zijn, er mogen geen ongeploegde stukjes in voorkomen en de uitgeploegde snede moet een uniform beeld vertonen

2. Aanstorting 10

Hierbij moet de uitgeploegde snede van de beginvoor exact worden teruggeploegd en mag niet op de ongeploegde grond komen. De sneden van de aanstorting moeten egaal en recht zijn en even hoog liggen als de rest van het ploegwerk. Eventueel aanwezige begroeiing moet volledig zijn ondergeploegd.

3. Voren 10
Deze moeten recht en schoon zijn met een gelijkmatige verticaal afgesneden landzijde en een zuiver horizontale bodem.

4. Geploegde sneden 10
De geploegde sneden moeten ten opzichte van elkaar even hoog en even breed en voldoende gekeerd zijn (niet op hun kant staan).

5. Geploegde sneden 10
Verder moeten de geploegde sneden goed tegen elkaar aansluiten (dus zonder grote gaten tussen de sneden onderling) niet tè sterk verkruimeld zijn en over de lengte van het perceel goed te zien zijn (voldoende geaccentueerd).

6. Dekking van groen en stoppel 10
Alle groen, stoppels en dergelijke moeten goed zijn ondergeploegd.

7. Afwerking van de geer 10
De eerste werkgang langs de geer moet recht en over de gehele lengte vanaf de kopakker te zien zijn. Er moeten zo weinig mogelijk oneffenheden voorkomen en de begroeiing moet volledig zijn ondergeploegd.

8. Eindvoor 10
De eindvoor moet vlak, schoon en recht zijn.

9. Inzetten en uitlichten 10
De ploeg moet worden ingezet met de voorste schaar op de merkvoor en worden uitgelicht als de achterste schaar de merkvoor heeft bereikt en wel zodanig dat het geploegde perceel zo regelmatig mogelijk begrensd wordt. Bij het inzetten moet de ploeg zo spoedig mogelijk op de voorgeschreven diepte zijn.

10. Algemene indruk 10
Hierbij wordt de totale indruk van het gehele ploegwerk beoordeeld. Dit hoeft dus niet het gemiddelde van de afzonderlijke onderdelen te zijn. totaal maximum aantal punten 100

Strafpunten (worden in mindering gebracht op het totaal aantal punten van de gezamenlijke juryleden): - te diep of ondiep per cm )1 2 punten - aanraken geploegde sneden 5 punten - overschrijden tijdslimiet per min. )2 2 punten - voor elke geploegde snede te veel/weinig op 3e wendakker 5 punten - afwijking eindvoor 0 – 5 cm 0 punten - afwijking eindvoor 5 – 10 cm 5 punten - afwijking eindvoor 10 - 15 cm 10 punten - afwijking eindvoor 15 – 20 cm 15 punten - afwijking eindvoor 20 cm of meer 20 punten )1 hierbij geldt een marge van + of - 2 cm. )2 als de tijdslimiet is verstreken mag de werkgang waar men aan was begonnen worden afgemaakt, zonder dat daar strafpunten voor worden gegeven.